Antikwak behandelingen

Uit een enquête onder Canadese artsen bleek dat de meerderheid van hen op grond van de giftigheid en ineffectiviteit een chemokuur zou weigeren. Met zo’n bevinding antikwak, staat toch alle ‘wetenschappelijkheid’ van de oncologie volledig voor paal? Het schrikbeeld van de chemotherapie staat de meeste patiënten met kanker scherp voor de geest. Beenmergdepressie, extreme moeheid, haaruitval, aantasting van het slijmvlies van het spijsverteringskanaal met vrijwel niet te stillen diarrhoe, misselijkheid, braken, spierzwakte tengevolge van zenuwvergiftiging en bijvoorbeeld het afschuwelijke en bijzonder imponerende ontbloten van de botten, het zogenaamde ‘ossa nudat’. Geen wonder, voor elke twee gedode kankercellen, sterft een gezonde cel. De patiënt maakt men dan ook veelal zieker dan hij of zij al is.

Wie deze patiënten wel eens op een oncologische afdeling heeft geobserveerd kan met recht verzuchten dat deze mensen eigenlijk te ziek zijn om nog verder door oncologen te worden behandeld. Een keiharde constatering, die er niet om liegt. Het is verschrikkelijk mensonwaardig, apert misleidend en men is gespeend van realiteitszin om hier nog van therapie te spreken. Er is meestal geen uitzicht meer op genezing en van enige kwaliteit van leven is eigenlijk geen sprake meer.

Los van een aantal chirurgische hoogstandjes zijn er eigenlijk maar weinig vorderingen in de behandeling van kanker gemaakt. Zo zijn daar anno 2005 nog diverse cytostatica (o.a. Endoxan, 5-FU, Natulan, Ledertrexate, Velbe etc.) die zo’n 40 tot 50 jaar geleden ook al werden toegepast. De nieuwere middelen zijn veelal niet veel meer dan chemische varianten op de reeds bestaande. Er lijkt dan ook vooralsnog weinig reden tot juichen en zeker geen reden om te zwelgen en snoeven in gevoelens van superioriteit en het te doen voorkomen alsof de reguliere therapie bij kanker de enig zaligmakende therapie is. Echter, Albert Braveman stelde in de Lancet, dat veel oncologen bij vrijwel elke tumor chemotherapie aanraden. Ze blijven onvermoeid vertrouwen op een behandeling die vrijwel altijd faalt.

Dit antikwak, is weer zo’n excellent voorbeeld van een wetenschappelijke dwaling, die zeer ruime aandacht in uw proefbundel had moeten krijgen. Voor wat chirurgisch ingrijpen betreft wijst Michael Baum op het feit, dat door snijden er een groot risico op uitzaaiingen ( metastasering) ontstaat. Door het beschadigen van weefsels vormen er zich nieuwe bloedvaatjes, de bekende angiogenese, waardoor er bloed en zuurstof naar de tumor wordt aangevoerd en daardoor kan die niet alleen groeien maar ook naar elders in het lichaam worden versleept. Ook het nemen van een biopt, het wegnemen van een stukje weefsel voor nader onderzoek, kan als een soort angiogene schakelaar werken. Een latent gezwel, waarvan de patiënt op geen enkele wijze hinder ondervindt of van zou ondervinden kan door biopsie verworden tot een uiterst agressieve tumor.

Met bestralen is het al niet veel beter gesteld. Het lichaam wordt met stralen gebombardeerd die niet alleen elke levende cel kunnen doden maar ook zelf weer kanker kunnen veroorzaken.
Zo is er inmiddels bekend, dat er zich bij meer dan zestig procent van de patiënten die voor borstkanker bestraald worden uiteindelijk longkanker ontwikkelt. Uit een vrij recent literatuuronderzoek onder 20.000 patiënten met borstkanker, bleek dat bestraling na twee jaar al 21 procent meer vrouwen het leven had gekost dan ze had genezen. Ook de bijwerkingen van bestraling zijn niet gering. Vermoeidheid, misselijkheid, braken en een grote behoefte aan slaap zijn de meest voorkomende en het optreden van osteoporose (botontkalking ) en gewrichtsklachten kunnen worden geprovoceerd. De reacties staan bekend als de ‘bestralingskater’ en worden waarschijnlijk veroorzaakt door het vrijkomen van toxines tengevolge van de door bestraling beschadigde weefsels.
We kunnen thans concluderen dat de reguliere therapie van kanker buitengewoon destructief is. Dit in tegenstelling tot een alternatieve therapie. Bij deze laatste vorm van behandelen ligt het accent vooral op revitaliseren. Een en ander is simpelweg te vergelijken met een bouwvallig huisje. Men kan het steen voor steen slopen, d.w.z. destructief handelen, of men kan op alternatieve wijze allerwegen pogen met stutten en steunen het bouwsel zolang mogelijk overeind te houden.