Antikwakkers

Dat men met de toepassing van alternatieve geneeswijzen vaak gelijk heeft kan men allerwegen in de dagelijkse praktijk ervaren. Buitengewoon spijtig dat de huidige minister van Volksgezondheid, de heer H. Hoogervorst, hier geen weet van heeft en zich slechts heeft laten modelleren tot de roeptoeter van de antikwakkers. Met zijn uitspraken over homeopathische ‘placebo- watertjes’ heeft hij zich in de rij van de onnozele antikwakkers geschaard.
Een van zijn voorgangers, de heer E. Bomhof, was aanzienlijk beter geïnformeerd. Hij was terecht een zegen voor de alternatieve geneeskunst. Met zijn beleid had hij vast en zeker het krakkemikkige, autoritaire en de zo nodeloos peperdure gezondheidszorg weer op stevige poten teruggezet.

Nu wordt de gezondheidszorg in ons land bestiert door labbekakkers die het drukker hebben met het bestrijden en knevelen van alternatieve genezers dan met het op tijd uit de stront halen van onze zieke bejaarde medemensen in de verpleeghuizen of bijvoorbeeld het gehoor geven aan de noodkreten van wanhopige mensen die onverantwoord lang op door chaoten gecreëerde wachtlijsten staan. De waanzin ten top!

Maar wat wil men ook, als in ons land zelfs de Inspecteur Generaal, de heer H. Kingma, als lid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij genoteerd staat. Waarom maakt niemand uit de politiek bezwaar tegen een dergelijk lidmaatschap waarbij objectiviteit en verstrengeling van belangen op zeer zwaarwegende wijze in het geding zijn.

Waarom laten leiders van dit niveau zich toch door een stel megalomane antikwakkers zo in de luren nemen. Waarom neemt u, aleer die oplichters, die bedriegers, die charlatans, dat schorem, met alle duivels uit de hel te bespringen en te vervloeken, niet eerst eens echt beter kennis van de alternatieve geneeskunst ?

Nee, het is zeker niet zo, dat het positieve resultaat, zoals mevrouw dr. Borst-Eilers, voormalig minister van Volksgezondheid en ongelovige in de alternatieve geneeskunst, ook tijdens de promotie van antikwak meende te moeten betogen, uitsluitend kan worden toegeschreven aan een placebo-effect. Het steeds maar weer blijven accentueren van het placebo-effect ter verklaring van de werkzaamheid, is niets anders dan een naïeve demonstratie van wetenschappelijk onvermogen.

Er gebeuren overal dingen om ons heen die we nooit of te nimmer zullen kunnen begrijpen, laat staan verklaren. Het zijn mysteries die we, alle wetenschappelijkheid ten spijt, in bescheidenheid zonder nadere verklaring zullen moeten aanvaarden.

Wie weet het juiste antwoord op de vraag hoe een beukennootje kan uitgroeien tot een hoge boom? Hoe komt dit echt tot stand? Gelijk in de homeopathie wordt hier de macht van het kleine, van het nietige, gerepresenteerd. Hoe vindt een postduif, ver van huis losgelaten, de weg naar z’n hok weer terug? Wie kan mij vertellen wat er precies gebeurd tussen het poten van de bloembollen en het verschijnen van de meest prachtige bloemen? Wie kan mij het juiste antwoord geven op de vraag hoe een spin op zo’n mathematisch imposante wijze een web kan weven? Wie het weet mag het zeggen. Niemand, maar dan ook niemand, weet het juiste antwoord op deze vragen. Zo zijn daar ook de talrijke, vaak niet te beantwoorden, vragen over de alternatieve geneeswijzen. Dat maakt deze geneeswijzen juist zo curieus, zo boeiend en buitengewoon interessant. In geen geval doet het onbeantwoord blijven van de gestelde vragen afbreuk aan de werkzaamheid.

Dat gestelde vragen niet kunnen worden beantwoord, ligt wellicht vooralsnog aan het huidige wetenschappelijke niveau dat tekort schiet om de juiste grip op de antwoorden te krijgen.
Het is dan ook wetenschappelijk gezien absoluut niet relevant om te stellen dat de dingen niet kunnen werken, maar wel relevant is het vinden van het antwoord op de vraag waarom de dingen dan toch helpen.
Dat is pas wetenschap. Niet het verwerpen op pure gevoelsgronden. Beweren dat iets niet kan werken is iets heel anders dan de vraag beantwoorden waarom iets dan wel helpt.

Ook de jongens en meiskes van Skepsis, die door antikwak regelmatig worden aangehaald, steken zich maar al te vaak in een broek die hen veel te wijd is. Ze brallen en bluffen maar wat, alsof ze echt de wijsheid in pacht hebben. Ze zoeken op vaak zinloze wijze naar verklaringen die er vooralsnog niet zijn en menen daarmee andere te kunnen overtroeven of belachelijk te kunnen maken. Dit is niet alleen een verwerpelijke manier van denken en handelen, maar ook op ondermaatse wijze wetenschap bedrijven.

Vanzelfsprekend kan antikwak zich best vinden in de opvattingen van de vertegenwoordigers van Skepsis. Het zijn immers ook de lieden die gelijk antikwak onder het motto van allemaal ‘pseudo-wetenschap‘ met veel oppervlakkig gekeuvel en op een weinig doorwrochte wetenschappelijke manier, veelal gespeend van kennis terzake, de alternatieve geneeswijzen door het slijk halen.

In feite staan deze mensen erg ver van de realiteit af en zijn ze eigenlijk door hun onwrikbare standpunt en gevoelens van superioriteit verworden tot wereldvreemden. Zij aanvaarden geenszins het van Shakespeare afkomstige adagium dat er meer is tussen hemel en aarde dan zij blijkbaar kunnen bevroeden.