Keuzevrijheid?

Zo is het hier de plaats om nog eens even heel duidelijk te stellen dat Sylvia Millecam er geheel uit eigen vrije wil voor gekozen heeft om onder geen beding chemotherapie te ondergaan. Zowel de regulier werkende artsen als de alternatief werkende geneesheren waren niet in staat om haar op andere gedachten te brengen.

In een per 18 april jl. uitgegeven commentaar van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij en later gepubliceerd in het ‘Antikwakblad’ (no. 2 / 2006) wordt dit zogenaamde ‘zelfbeschikkingsrecht’ met een, zoals dat meestal bij deze antikwakkers het geval is, oerdomme redenering ter discussie gesteld. Ik citeer: “Millecam wilde dit toch zelf? Zij heeft toch zelfbeschikkingsrecht?
Zeer zeker. Maar wie zich tot een (alternatief) arts wendt heeft recht op juiste voorlichting. En daar was hier geen sprake van. Afkeer en angst van patiënten voor chemotherapie is niet vreemd, maar minder reëel dan voorheen. Met de huidige effectieve medicatie tegen misselijkheid blijken bijwerkingen zeer goed te verdragen”.
Eigenlijk is op dit soort absurde en tegelijk stupide redeneringen elk commentaar verder volledig overbodig. Er kan worden volstaan met ook hier nog een keer aan de Canadese artsen te herinneren. Zij denken toch even heel anders over de afschuwelijke bijwerkingen van een chemokuur. Mevrouw Millecam wordt door de antikwakkers hier zo’n beetje in de hoek gedreven van het domme, weliswaar zwartharige, naïeve trutje dat niet zelf kon of mocht bepalen wat goed of slecht voor haar was.

Alleen ‘DOKTER REGULIER’ de omnipotente arrogante reguliere ‘HEER EN MEESTER’ weet wat goed of slecht voor een mens is.
Natuurlijk heeft deze zeer intelligente vrouw, die wel degelijk bijzonder goed wist wat ze deed en ook beroepshalve meer dan gemiddeld goed geïnformeerd, ook stilgestaan bij hetgeen haar vader was overkomen. Bij hem werd immers niet alleen ten onrechte de diagnose kanker gesteld maar hij werd derhalve ook geheel ten onrechte met een voor hem uiteindelijk dodelijke chemokuur behandeld. Dit alles laten de antikwakkers gemakshalve maar onvermeld.

Zijdelings staan we hier even stil bij de onlangs overleden markante ondernemer en natuurvriend Paul Fentener van Vlissingen.
Hij leed aan pancreaskanker en hij wist dat de strijd tegen deze aandoening tevergeefs zou zijn. “Je kunt met behandeling wel enige tijd rekken, maar dat gaat gepaard met zware behandelingen waar je ziek van wordt. Wat je wint aan kwantiteit verlies je aan kwaliteit”, zei hij in januari 2006.

Deze wijze en buitengewoon realistische woorden van de heer Fentener zouden door Sylvia Millecam gezegd kunnen zijn. Echter met dit verschil, dat het standpunt van de heer Fentener gerespecteerd werd en dat van mevrouw Millecam niet. De heer Fentener wordt ook achteraf niets verweten en er werd door niemand uit het reguliere medische circuit iets ondernomen om hem op andere gedachten te brengen of desnoods tot het gebruiken van chemotherapeutica te dwingen.
Zou er echter ook maar een ‘alternatieveling’ zijn geweest die zich om de heer Fentener zou hebben bekommerd, dan ware hij nat, hartstikke nat geweest. De inspectie, de antikwakkers en het medisch tuchtcollege hadden allemaal weer in de publiciteit op scherp gestaan. De heer Fentener zou immers mede door toedoen van die vermaledijde kwakzalvers voortijdig zijn overleden. Zo is het, en niet anders! En wie het tegen durft te spreken is dus gewoon een liegbeest!
Met het bagatelliseren van de bijwerkingen van chemotherapie en bestraling, geven de antikwakkers er ook hier weer blijk van volledig van elke vorm van realiteitszin gespeend te zijn. Het schrikbeeld van chemotherapie staat de meeste patiënten met kanker scherp voor de geest. De extreme moeheid, haaruitval, beenmergdepressie, aantasting van het slijmvlies van het maag-darmkanaal met vrijwel niet te stillen diarree, misselijkheid, braken, spierzwakte door zenuwvergiftiging en bijvoorbeeld het afschuwelijke en buitengewoon imponerende ontbloten van de botten, het zogenaamde ‘ossa nudat’, vormen ook heden ten dage nog steeds de basis van dit schrikbeeld.
Geen wonder, voor elke twee gedode kankercellen sterft een gezonde cel. Hierdoor maakt men de patiënt veelal zieker dan hij of zij al is. Eigenlijk een verschrikkelijke en tegelijk mensonwaardige en ik herhaal, mensonwaardige, behandeling. Bovendien is er meestal geen uitzicht meer op genezing en van enige kwaliteit van leven is er nog nauwelijks meer sprake. Los van een aantal chirurgische hoogstandjes zijn er dan ook eigenlijk maar weinig vorderingen in de behandeling van kanker gemaakt. Kortom, er lijkt vooralsnog weinig reden tot juichen en zeker geen reden tot zwelgen en snoeven in gevoelens van superioriteit en het doen voorkomen alsof de reguliere therapie de enig zaligmakende therapie is.

Met bestralen is het al niet veel beter gesteld. Het lichaam wordt met stralen gebombardeerd die niet alleen elke levende cel kunnen doden maar ook zelf weer kanker kunnen veroorzaken.
Zo is er inmiddels bekend, dat er zich bij meer dan zestig procent van de patiënten die voor borstkanker bestraald worden uiteindelijk longkanker ontwikkelt. Uit een vrij recent literatuuronderzoek onder 20.000 patiënten met borstkanker, bleek dat bestraling na twee jaar al 21 procent meer vrouwen het leven had gekost dan ze had genezen.
Ook de bijwerkingen van bestraling zijn bepaald niet gering.
Vermoeidheid, misselijkheid, braken en een grote behoefte aan slaap zijn de meest voorkomende en het optreden van botontkalking (osteoporose) en gewrichtsklachten kunnen worden geprovoceerd. De reacties staan bekend als de ‘bestralingskater’ en worden waarschijnlijk veroorzaakt door het vrijkomen van toxines, gifstoffen, tengevolge van de door bestraling beschadigde weefsels.

In weerwil van hetgeen men ons wil doen laten geloven moeten en kunnen we thans niet anders dan onverdroten en zonder enige vorm van restrictie concluderen dat de reguliere therapie van kanker buitengewoon destructief, dus alles vernietigend is. Dit in tegenstelling tot een alternatieve therapie. Bij deze vorm van behandelen ligt het accent vooral op het revitaliseren en zoveel als mogelijk is de kwaliteit van het leven in optimale vorm houden.