Medekwakkers

Me dunkt antikwak, uw recht om die alterneuten, die schurken, dat schorem, dat tuig uit de diepste laag van het ook door u aangehaalde inferno van Dante te kleineren, met drek te besmeuren en ongelimiteerd te beschimpen en te bespotten wordt aldoor kleiner en nog eens kleiner. We gaan nog even verder, want in dit land van boerenkool en spruitjes valt er nog veel meer te vermelden.

Zo is daar het fatale medische experiment dat in 1996 plaats vond en waarbij 18 doden vielen en 41 mensen zwaar lichamelijk letsel opliepen. Het onderzoek vond plaats met anticoagulantia, bloedverdunners, en stond onder supervisie van de klinisch epidemioloog dr. A. Algra van het Academische Ziekenhuis te Utrecht. Met het onderzoek wilden de Utrechtse medisch specialisten aantonen dat mensen na een waarschuwingsberoerte door het verdunnen van het bloed minder risico op een herseninfarct zouden hebben. Achteraf moet echter worden aangenomen dat het bloed teveel is verdund tengevolge waarvan het via beschadigde vaatwanden kon weglekken en vervolgens een hersenbloeding kon veroorzaken.

Zowel politici, epidemiologen als andere deskundigen waren van mening dat het experiment op de wijze waarop het was uitgevoerd nimmer had mogen plaatsvinden. Het dagblad ‘De Telegraaf ‘ van Vrijdag 20 maart 1998 opende met de kop: “Fatale proef nooit onderzocht.”
En, tot op heden 2005 heeft er nimmer een objectieve onpartijdige en onafhankelijke evaluatie van het onderzoek plaatsgevonden. De coördinator van het onderzoek, dr. A. Algra zag geen enkele reden voor een onpartijdige evaluatie: “Ons onderzoek is vooraf uitgebreid door onafhankelijke onderzoekers beoordeeld. Derhalve is het niet nodig, en ook geen gebruik in de wetenschappelijke wereld, om achteraf een dergelijke studie in te stellen.”
Welnee antikwak, er vielen toch maar achttien doden en er waren maar 41 mensen die zwaar lichamelijk letsel opliepen. Daarover moeten we vooral geen heisa maken en vooral niet overdrijven, dat is pure stemmingmakerij. Geen woord van excuus of medeleven.

Kritiek op de onderzoekers, de reguliere kwakzalvers, werd als een aanval op de medische stand beschouwd. Over schadevergoeding aan nabestaanden werd met geen woord gesproken.
Bovendien “wisten de proefpatiënten dat het zou kunnen misgaan” en dus werd er in medische kringen gedaan alsof er sprake was van de normaalste zaak van de wereld waarover zich vooral niemand druk moest maken. De slachtoffers hadden immers niets te verliezen en zouden uiteindelijk toch zijn doodgegaan. Zie hier antikwak, zo wordt het gewone volk bedonderd. Ook hier is weer sprake van oeverloos quasi wetenschappelijk gezwam en met het stapelen van de ene drogreden op de andere meenden de onderzoekers hun onverantwoorde en tegelijk ontoelaatbare spel met de dood te kunnen rechtvaardigen. Maar, het penetreren van de afschuwelijke stank van deze beerput moest blijkbaar koste wat kost worden vermeden. De ware toedracht van dit met bloed besmeurde drama zal en moet in diepe duisternis gehuld blijven.

Achttien doden en 41 beschadigde mensen zijn blijkbaar van te geringe importantie om nog langer onder de aandacht te worden gebracht. En natuurlijk is het terughoudende handelen in deze zaak van zowel de inspectie als justitie volstrekt onaanvaardbaar. Me dunkt, voor justitie zijn er voldoende vragen om de onderzoekers alsnog ter verantwoording te roepen.

Maar……… terwijl de doden van dit drama voor eeuwig en altijd zullen zwijgen en de eventueel nog levende slachtoffers nog dagelijks met het hen overkomen leed worstelen, wordt er naar mijn mening, op ontoelaatbare wijze met de waarheid gesjoemeld. Echter, zowel de nabestaanden als de nog levende slachtoffers hebben recht op het vernemen van de ware toedracht. Een toedracht antikwak, waarvan de onderste steen alsnog boven dient te komen..

Maar, ons kent ons, in een sfeer van onderling handjeklap en ouwe jongens krentenbrood, zal de volledige waarheid wel nooit, maar dan ook nooit aan het licht komen. Zo zijn de regels, zo is het spel! Ik schreef aan de diverse autoriteiten dat ik het wrang en absoluut onverteerbaar vond om te moeten vaststellen dat het fatale experiment had plaatsgevonden met anticoagulantia waarvoor ik destijds als medisch adviseur bij een van de producenten verantwoordelijk was.

Waarom hebben de onderzoekers deze producenten niet geconsulteerd aleer een dergelijk experiment aan te vangen? Immers, bij deze firma’s weet men alles, maar dan ook alles over deze farmaca. Op grond van zogenaamde farmacodynamische, farmacokinetische respectievelijk het totaal van farmacologische eigenschappen (inclusief toxicologische eigenschappen) van de betreffende middelen zouden zij een dergelijk onderzoek, dat voorspelbaar fataal moest aflopen, ten zeerste hebben ontraden.
Alleen al voor deze misser zijn de onderzoekers naar mijn mening van zware nalatigheid te betichten en kan alsnog een letselschadeadvocaat worden ingehuurd. Verder had men er zich door een simpel consulteren van het beroemdste boek over bijwerkingen van geneesmiddelen: ‘Meyler’s Side Effects of Drugs’ van kunnen vergewissen dat reeds bij de geringste overdosering zware risico’s worden genomen. Het medische experiment vond in 1996 plaats en de fatale gevolgen werden pas in 1998 openbaar gemaakt.

Wat moest er, zo rest er als kardinale vraag, in die twee jaar zoal weggemoffeld worden?
Hoe anders antikwak zou het zijn gegaan, indien deze slachtoffers in het alternatieve circuit zouden zijn gevallen. Denk hier alleen maar even aan de rel rondom het overlijden van mevrouw S. Millecam. De wereld ware dan absoluut te klein geweest. Inspectie, justitie en politici zouden de alternatieve therapeuten direct als criminelen van het ergste soort hebben aangemerkt. Omdat er naar mijn mening door de Utrechtse onderzoekers buitengewoon nalatig was gehandeld deed ik persoonlijk aangifte en richtte mij rechtstreeks tot het Openbaar Ministerie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In mijn schrijven stelde ik de onderzoekers, zolang tot het tegendeel bewezen is, aansprakelijk voor de slachtoffers.
Over het grote aantal slachtoffers waren zowel wetenschappers, politici als patiëntenorganisaties ten zeerste verbijsterd. Zij allen riepen op tot betere en snellere controles tijdens medische experimenten. Het PvdA-kamerlid Oudkerk noemde het drama afschuwelijk:

”Ik begrijp niet dat niet eerder aan de bel is getrokken. Die mensen kunnen onmogelijk allemaal tegelijk zijn gestorven. Dat moet minister Borst nog maar eens goed uitleggen.”

D66’er Van Boxtel sprak van een navrante zaak:

”Ik vraag me af of de onderzoekers vaak genoeg controles hebben uitgevoerd. Daar zat steeds een vrij lange periode tussen.”

Uit gezaghebbende kringen van Nederlandse epidemiologen klonk intussen ook steeds feller kritiek op de medicijnstudie die in totaal drie jaar duurde. “Je mag in een studie nooit 18 doden laten vallen!”, aldus een vooraanstaand lid van de Gezondheidsraad. En eveneens volgens deze deskundige, omdat:

”Hier veel eerder ingegrepen had moet worden: na vier of vijf ernstige complicaties al. Je ziet dat aantal doden toch toenemen? Bij dergelijke excessen had onmiddellijk het ethisch protocol in werking moeten worden gezet. Dat is hier veel te laat gebeurd en is een ernstige nalatigheid.”

In een brief d.d. 3 februari 2000 deelt de heer drs. N.C. Oudendijk, directeur Curatieve Somatische Zorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als reactie op mijn schrijven het volgende mede:

”....Ik kan u mededelen dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg ter zake van bedoeld geneesmiddelenonderzoek een onderzoek heeft ingesteld. De uitkomsten daarvan waren, kort weergegeven, dat de wetenschappelijke opzet van het onderzoek juist was, maar dat het beter ware geweest indien er tussentijds een evaluatie van het aantal sterfgevallen had plaatsgevonden. De aanbevelingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in deze zijn in het vervolg van bedoeld anticoagulantia – onderzoek opgevolgd.”

Maar nee antikwak, de bedoelde evaluatie vond tot op heden dus nimmer plaats en het macabere spel met dood werd vervolgens, naar mijn mening op onverantwoorde wijze, volledig verblind door wetenschappelijke charlatanerie , doorgespeeld. Ik vraag het hier nog maar eens een keer antikwak, wie sprak er ook alweer over ‘Dwaalwegen in de Geneeskunde’? Wie lust er nog peultjes? De ogen vallen je uit de kop. Dit alles stinkt allemaal zo ontzettend smerig. Ook in dit geval is er weer sprake van je reinste maffiapraktijken!!
Het is hier de plaats om in verband met de hierboven besproken medische missers nog een aantal relevante opmerkingen, die elders werden gepubliceerd, de revue te laten passeren.
Zo sprak in het tijdschrift ‘Reader’s Digest’ (April 2002) het Kamerlid mr. Boris Dittrich ook over medische maffia en doelde daarbij op het achterhouden van in het kader van het onderzoek noodzakelijke medische informatie.

Alle middelen worden aangewend om de vuile was binnen de eigen stulp te houden. Dit alles ook tegen de achtergrond van het gegeven dat de zich ‘Koninklijk’ noemende Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) haar leden officieus adviseert om toch vooral geen fouten te erkennen. Ook is er de absurde en toch eigenlijk ontoelaatbare situatie, dat artsen op bevel van verzekeringen nooit een fout mogen toegeven. Als tweede maffia noemt de heer Dittrich het Openbaar Ministerie! In geval er door nabestaanden aangifte wordt gedaan van ‘dood door schuld’, dan verdwijnen plotsklaps dossiers in een lade en laat de officier van justitie de zaak net zo lang sloffen tot ze verjaard is.

Eveneens wordt in het gerefereerde tijdschrift gesproken over het vals invullen van een overlijdensakte met de onterechte vermelding: Overleden tengevolge van een ‘natuurlijke dood’. Hierdoor wordt onder de verplichting van een obductie uitgekomen. Daarom, zo stelt mr. J. Beer:

‘weten we niet wie in een graf of een urn verdwijnt als feitelijk gevolg van medisch falen’.

Pas als de arts heeft ingevuld ”niet –natuurlijke dood“, kan er op last van de officier van justitie obductie worden gedaan.