Opmerkingen

De meester Kackadorisprijs is een prijs die niet anders dan ontsproten kan zijn aan iemand met wel zeer bijzondere hersenkronkels. Een prijs die door eventuele ontvangers dan ook onmiddellijk in de afvalbak gekieperd kan worden. Hoewel het eigenlijk zonde van de tijd was, denk ik, dat ik zowat alles van hetgeen u, antikwak tot op heden publiceerde, wel zo’n beetje heb gelezen. Of we het nu over uw pulpbundels of over een interview in Medisch Contact (15 oktober 2004) hebben, ik heb het vrijwel allemaal aandacht gegeven. Je moet tenslotte goed geïnformeerd voor de dag komen. Het meest opvallende en misselijkmakend was en is telkenmale uw werkelijk onvoorstelbare hoogmoedige houding, druipend van zelfgenoegzaamheid en stokstijf van zelfoverschatting als u over alternatieve geneeskundigen schrijft. Echter antikwak, wijze mensen kunnen relativeren en nuanceren. Daar is bij u geen spoor van te bekennen.

In dit pamflet heb ik u geconfronteerd met een aantal echte ‘dwaalwegen’. ‘Dwaalwegen’ die door gelegaliseerde kwakzalverij intens en onbeschrijflijk menselijk leed hebben teweeggebracht. In een van uw frutselbundeltjes schrijft u: ‘Een goed oordeel over de waarde van bepaalde geneeswijzen is slechts te geven door een daarin doorknede en goed opgeleide professie.’ De ouders van het dode jochie Tim hebben dit inderdaad in de praktijk ondervonden. Door een doorknede en goed opgeleide professie werd hun kind de dood ingejaagd.

De club van antikwakkers bestaat thans 125 jaar. Gedurende al die jaren hebben de antikwakkers op basis van een vrijwel grenzeloze onkunde en onwetendheid de alternatieve bejegening van zieke medemensen in de weg gestaan. Echter, de gelegaliseerde kwakzalverij binnen het reguliere circuit is aanzienlijk risicovoller en van een veel grotere omvang en importantie dan de binnen de alternatieve geneeskunst gesignaleerde kwakzalverij. Aan het gedogen van onaanvaardbare riskante en vaak levensbedreigende vormen van gelegaliseerde kwakzalverij dient dan ook nu eindelijk eens een halt te worden toegeroepen. De zich voortdurend allerwegen manifesterende hetze tegen de alternatieve geneeskunst dient te worden beëindigd. De reductionistische reguliere medische scholing dient uit te groeien tot een holistische opleiding waarin ruimschoots aandacht wordt gegeven aan de alternatieve geneeskunst.

Van holistisch denken heeft antikwak echter absoluut geen kaas gegeten. In een interview stelt hij dat het woord holistisch door de kwakzalvers is gekaapt. Hij stelt vervolgens de vraag wat er holistischer is dan de moderne huisartsgeneeskunde? Los van de vraag of het woord gekaapt is, heeft antikwak er dus weer niets van begrepen. Huisartsgeneeskunde heeft daar niets, maar dan ook helemaal niets mee te maken. Holistisch is daarentegen denken en handelen op spiritueel niveau. Het omvat het totaal van materiele en spirituele energie. Alleen door holistisch te denken wordt het bedrijven van geneeskunde een ware vorm van geneeskunst.

Voor dit soort beschouwingen staat antikwak echter niet open. Hij is te zeer overtuigd van zijn eigen gelijk en pseudo-wetenschappelijkheid. Hij duldt geen inspraak en zeker geen tegenspraak, terwijl het hele reguliere medische systeem bol staat van wazige en dubieuze opvattingen.

In het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde stelde Jonkees zich de volgende vraag onder de titel: ‘Hoe zeker zijn onze medische zekerheden ?’ en kwam tot de volgende opmerkelijke uitspraak:

‘Het aantal handelingen dat door ons wordt verricht op grond van geloof of gezag, zonder dat er zelfs maar een aanwijzing is dat enig passend gevolg is te verwachten, is legio’.

En ook van Es stelde in Medisch Contact in een artikel over alternatief en regulier:

‘In de reguliere geneeskunde wordt nog veel gedaan dat nog niet of niet meer wetenschappelijk is verantwoord. De hulpverlening reikt verder dan het wetenschappelijk onderbouwde’.

Ergo antikwak, reden genoeg voor bescheidenheid in plaats van kritiekloze en grenzeloze zelfoverschatting. Maar, als arrogantie en vilein fanatisme domineren wordt men stekeblind voor de realiteit en moet het beantwoorden van reële vragen plaats maken voor beschimpen en bespotten. Zij, die holistisch denken worden dan voor u tot ware kwakzalvers waaraan de club van antikwakkers in al z’n bekrompenheid z’n bestaan heeft ontleend. Een onvoorstelbare dwaasheid, die het 125 jaar heeft uitgehouden.
Het is nu de hoogste tijd dat deze club wordt opgeheven. Er dient een nieuwe objectieve vereniging, die zowel naar de kwakzalverij in het reguliere als in het alternatieve circuit kijkt, te worden opgericht. Echter, een afscheid van u antikwak als voorzitter van de club kan niet zomaar onopgemerkt blijven.

Geheel overeenkomstig de door uw club ingestelde Meester Kackadorisprijs, zal ik mij vanaf nu elk jaar beijveren om als symbool van ‘Beunhazerij in de wetenschap’ aan iemand via internet de enige echte officiële ‘Paljasprijs’ toe te kennen. Aan u de eer antikwak om als eerste de lijst te mogen aanvoeren. Naar mijn mening, en welhaast zeker ook van vele anderen, bent u zonder twijfel de meest ‘notoire beunhaas’ in de wetenschap.

Het is nu wellicht voor u de hoogste tijd om mij als schrijver van dit pamflet ‘af te gaan maken’. Ik reken er eigenlijk wel op. Maar antikwak, denk wel even aan de wijze woorden van Churchill: ‘Wat ze over je lullen maakt niets uit, als ze maar over je lullen!!’.

Veel aandacht voor al hetgeen hier is geschreven, is van harte welkom!!! Maar, in geval u mij op onheuse wijze meent te moeten bejegenen of dingen onderneemt die mij minder welgevallig zijn, dan dient u wel te weten dat ik mij van uitstekende juridische bijstand verzekerd weet. De betreffende jurist is woonachtig in Maastricht en is de schrijver van de wekelijkse rubriek ‘RECHT voor z’n RAAB’ in het dagblad De Telegraaf.

Ik sluit nu mijn betoog af met de woorden: ’Hora est’! Wellicht is er nu even tijd om samen met uw vrouw Fokelien nog even gezellig na te genieten van al hetgeen ik onder uw aandacht heb gebracht. Het doet vast en zeker pijn.

Maar……………. het moet kunnen!

Samen met Fokelien op de trap in het herenhuis. Het pand met de marmeren gangen en hoge plafonds dat de sfeer van vroeger ademt, toen een arts nog iemand was waar met ontzag tegenop werd gekeken.

Toen wel, ja!!!!