Proefschrift Antikwak

Het proefschrift van grootmeester antikwak, is te beschouwen als een hoogst irritante compilatie van zijn eerste twee boeken. Het nogal complex ingedeelde werkstuk waarin de schrijver zichzelf voortdurend blijft herhalen, een bepaalde manier van een soort psychiatrisch persevereren, lijkt met behulp van schaar en plakpot tot stand te zijn gekomen.
Er is niets nieuws onder de zon. Alles is reeds gezegd en alles is reeds elders beschreven.
Van oorspronkelijk eigen onderzoek, laat staan van onderzoek met de kwalificatie wetenschappelijk, is absoluut geen sprake.
Een bundeling van door haat en agressie gevoede beweringen en vooroordelen die als een besmeurde rode draad, zonder inhoudelijke onderbouwing, door zijn als dissertatie te duiden collage loopt.

En eigenlijk, zeker als men de samenvattende pulpbundel als proefschrift heeft gepresenteerd, rest direct de alleszins te rechtvaardigen vraag in hoeverre hier sprake is van plagiaat?
Weliswaar plagiaat uit eigen werk, maar toch zou ik mij als lid van de promotiecommissie behoorlijk belazerd voelen om achteraf te moeten constateren dat veel van het geoffreerde reeds eerder voor het gewone klassieke klootjesvolk werd gepubliceerd.

De auteur, Frank van Kolfschooten, van het boek: ‘Valse vooruitgang – Bedrog in de Nederlandse wetenschap’, zou de pulpbundel vanwege de bizarre inhoud zeker als luis in de pels van de wetenschap hebben vermeld.

Van een proefschrift mag men verwachten, dat het toch tenminste iets toevoegt aan reeds bestaande kennis en derhalve zogenaamd wetenschappelijke allure heeft. In geval van dit proefschrift dringen zich aan mij associaties op die het niveau van de inhoud van de Enkhuizer Almanak nauwelijks overstijgen. Het is voor mij dan ook een raadsel hoe men met een dergelijk frutselboek aan een zichzelf respecterende universiteit, de Universiteit van Amsterdam, kan promoveren.

Blijkbaar is dit huis van geleerdheid, dat een bolwerk van een oerdegelijke bewaking van de wetenschap behoort te zijn, niet meer of minder dan een winkel van Sinkel waar blijkbaar alles kan, alles mag en alles te koop is. Een huis waarin naar het schijnt, voldoende ruimte is voor pseudo-wetenschap.

In Rotterdam leidde destijds het als uitstekend te kwalificeren proefschrift van Albers / Keizer over Orthomanuele Geneeskunde (methode Sickesz) tot een onvoorstelbare rel, waarbij de decaan van de medische faculteit, de hoogleraar orthopaedie en de hoogleraar medische statistiek zich in nogal krachtig en scherp opgefokt taalgebruik van het proefschrift distantieerden.
De integriteit van de promovendi werd door een schobbejakken-mentaliteit ernstig beschadigd. Het distantiëren had niets met wetenschap te maken. De quasi hooggeleerde wetenschappers waren bang zich, vanwege het onderwerp uit de alternatieve geneeskunst, aan koud water te branden. Dit zijn maffia-streken van de bovenste plank.

Ook antikwak meent in zijn pulpschrift het onderzoek van Albers / Keizer van bedenkelijke kwaliteit te moeten noemen. Afgezien van het feit dat hij in de orthomanuele geneeskunde volgens mij een absolute leek is en dus onbevoegd is om over de kwaliteit ervan te oordelen, moet je toch maar lef hebben om op een ander kritiek te hebben terwijl je zelf ver ondermaats hebt gepresteerd.

Promotiecommissie

Met betrekking tot deze wanprestatie van antikwak, heeft niet alleen de Amsterdamse universiteit schromelijk gefaald, maar heeft ook de promotiecommissie, waarin geen enkele deskundige op het gebied van alternatieve geneeswijzen zitting had, een zeer intens bezoedeld brevet van incompetentie afgegeven. Een commissie, bestaande uit een hooggeleerde mevrouw en een aantal hooggeleerde heren die met een minimum aan kennis van de alternatieve geneeskunst een pulp-boek vol zogenaamde geleerde nonsens op hoogst dubieuze wijze met het predikaat ‘wetenschap’ flatteren. Het is maatschappelijk als buitengewoon onverantwoord te duiden dat dit pulp op verwerpelijke wijze door eigenlijk een handvol incompetente hotemetoten wetenschappelijk gelegaliseerd werd. Bovendien heeft de commissie er blijk van gegeven het gigantische risico niet te onderkennen, dat anderen, op welke fnuikende wijze dan ook, uit deze inferieure bron zullen citeren en het geponeerde onterecht voor wetenschappelijk verantwoord zullen houden.

Fundamentalisme

Grootmeester antikwak attaqueert, zoals ook te doen gebruikelijk in zijn andere publicaties, vaak schofferend, op fundamentalistische wijze, zwelgend in gevoelens van superioriteit en geloof in eigen gelijk, arrogant, hoogmoedig en bijna almachtig eenieder die werkzaam is in de alternatieve geneeskunst. Absoluut overtuigt van zichzelf en nimmer gehinderd door kennis.
Gelijk een van woede ziedende houthakker slaat hij in zijn proefschrift wild om zich heen en met de rondvliegende spaanders, bezield van intolerantie en gefrustreerd tot op het bot, meent hij eenieder vrijelijk, zonder aanzien des persoons, te kunnen beschimpen en bespotten.
Integere en zeer gerespecteerde mensen die over de muren van de universiteit hebben durven heenkijken en afstand hebben gedaan van de binnen diezelfde muren heersende bekrompen denkwijzen, worden op schaamteloze en fundamentalistische wijze gekrenkt en diep beledigd.