Rechtsongelijkheid

En dan zijn er nog de Medische Tuchtcolleges, waarover een representant van Nevemedis zegt:

‘Als de pers er niet bij is, wordt een slachtoffer voor het Tuchtcollege te kakken gezet.’

Uit al hetgeen hier is weergegeven kan men toch niet langer meer volhouden dat er tegenover de bejegening en de straffen aan het adres van alternatief geneeskundigen geen sprake is van een zeer ernstige vorm van rechtsongelijkheid.

Zelfs is het thans zo gesteld, aldus verwoord in de krant van 21 maart 2002, dat alternatieve behandelaars onmiddellijk hun praktijk moeten sluiten als het openbaar ministerie ze alleen nog maar verdenkt van schadelijke en gevaarlijke behandelmethoden. In de ogen van het openbaar ministerie respectievelijk de inspectie van volksgezondheid en in het bijzonder de arrogante club van antikwakkers, zijn echter vrijwel alle alternatieve behandelingen schadelijk en gevaarlijk. Met dit standpunt mogen de alternatief geneeskundigen gerust stellen dat ze daarmee veelal aan de incompetentie van een stel halfgare zolen zullen zijn overgeleverd.

Sedert het overlijden van mevrouw S. Millecam is er zowel bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg als bij de antikwakkers tam tam ontstaan over het stellen van een diagnose door alternatief geneeskundigen. Het moet in het kader van de zogenaamde wet BIG (wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) tot een voorbehouden handeling worden verklaard. Pure quatsch natuurlijk, maar wel weer zo’n duidelijk voorbeeld van direct bestraffend optreden als het over alternatieve geneeskundigen gaat. Voor anesthesisten die 180 doden per jaar veroorzaken zijn geen speciale maatregelen getroffen. Voor gynaecologen werden er tot op heden geen speciale regels uitgevaardigd om te voorkomen dat weer een kind dodelijk wordt getroffen doordat op onjuiste wijze de vacuümpomp of de Boerematang wordt gehanteerd.
Ondanks de dood van een zeven maanden oude baby tengevolge van een ondeskundige hartcatheterisatie werden er geen nieuwe regels opgesteld om dit soort drama’s voortaan te voorkomen. Ondanks 18 doden en 41 zwaar gelaedeerde mensen tijdens een onderzoek, mochten we tot op heden niets van het treffen van stringente maatregelen rondom het experimenteren met mensen en medicamenten vernemen. Men meet duidelijk met twee maten. De doden uit het reguliere circuit zijn blijkbaar minder dood dan die uit het alternatieve. De doden uit het reguliere circuit zijn waarschijnlijk ook meer wetenschappelijk dood, ze zijn ‘evidence based dood ’.
Vooral dit laatste ‘evidence based’ klinkt antikwak ongetwijfeld als muziek in de oren.

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) onderzocht, in opdracht van de minister van VWS, de mogelijkheid om het stellen van een diagnose door ‘niet-deskundigen’ te beperken.
De RVZ besprak ook de voor- en nadelen van de verscherping van de wet met leden (o.a. Van Dam en Van der Smagt / Wie zijn dit eigenlijk en waartoe zijn ze bevoegd?) van de antikwak club. Uit het alternatieve circuit werd niemand om z’n mening gevraagd! Op 19 mei j.l. verscheen een rapport onder de titel: ’Medische diagnose: kiezen voor deskundigheid?’.

Kort samengevat is de commissie tot de autoritaire conclusie gekomen dat het stellen van een diagnose tot voorbehouden handeling geen oplossing is om excessen in de alternatieve hulpverlening te voorkomen. Als je maar lef hebt. Het stikt in het reguliere circuit van de excessen (zoals bijvoorbeeld de recente dood van het 10-jarige knulletje Tim) en nog meent men de boel met je reinste manipulatie van feiten ten nadele van de alternatieve geneeskundigen te kunnen manoeuvreren. Hier protesteer ik tegen en hoop de minister van VWS alsook wel heel in het bijzonder antikwak met het volgende nog wat helderheid te verschaffen.

Het was destijds de anatoom-patholoog dr. J.W. Steffelaar die in het tijdschrift Medisch Contact (1981) pleitte voor een wetswijziging waardoor het voortaan mogelijk zou zijn om obductie zonder toestemming van de nabestaanden te verrichten. Met dit voorstel kwam hij omdat uit 751 verrichtte obducties was gebleken dat 246 mensen kanker hadden, die bij 99 (= negenennegentig) overleden personen niet medisch was vastgesteld. Is dit gegeven op zichzelf, in een tijd van indrukwekkende en zeer geavanceerde techniek, al in en in triest, het wordt een helemaal verbijsterend verhaal wanneer men bovendien verneemt dat die negenennegentig overleden mensen kostbare behandelingen hadden ondergaan die niets, maar dan ook helemaal niets, met hun eigenlijke ziekte te maken hadden. Dus, je reinste vorm van kwakzalverij!

In haar werkelijk uitstekende boek: ’In de greep van de gynaecoloog’, wordt door Lyda Schoon ook aan dit onderzoek van Steffelaar gerefereerd. Zij wijst er terecht op, dat dit onderzoek duidelijk de willekeur van het medisch handelen en het falen van de medische diagnostiek aantoont. Dit, mijnheer de minister en antikwak, is dan toch even heel andere koek. Er zou thans, gezien de enorme geldverspilling en het beschermen van patiënten tegen reguliere kwakzalverij, wettelijk dienen te worden vastgelegd dat elke reguliere diagnose ook voortaan door een ‘second opinion’ dient te worden bevestigd. Dat zou werkelijk prachtig zijn! En de dag waarop deze wet wordt aangenomen dient tot nationale feestdag te worden uitgeroepen.